Column Pieter Derks

 

Column Pieter Derks
Voorgedragen tijdens het jubileumgala 30 jaar AKF
3 april 2017 – DeLaMar Theater 

Dertig jaar AKF! Wat een fantastische mijlpaal, wat een geweldige prestatie, en wat een prachtig moment ook om ermee op te houden.

Laten we eerlijk zijn: het festival heeft zichzelf in de afgelopen dertig jaar overbodig gemaakt, op een manier waar zelfs Evert de Vries nooit van had durven dromen. Het cabarettalent staat niet alleen in overvloed in de theaters, de hele samenleving is ervan doordrenkt geraakt. Thierry Baudet, Jan Roos, Tunahan Kuzu, Erdogan, Trump, Nathan Rutjes: allemaal oud-deelnemers die het toch nog ver hebben geschopt.

De afgelopen dertig jaar is alles leuk geworden. Van verkiezingsdebatten tot het NOS-journaal, van de Belastingdienst tot de premier van het land: er valt altijd en overal wat te lachen.

En dat is natuurlijk de grote verdienste van het AKF geweest. Want daar komen al die lolbroeken vandaan. Niet de winnaars, niet al die theatrale types die hier vanavond staan, nee. Het AKF heeft in dertig jaar ook duizenden mensen afgewezen na een korte auditie in Klein Bellevue, al lang voordat Idols een begrip werd. En daarmee heeft geen festival zo veel gemankeerde artiesten voortgebracht als het AKF. En die hebben het land overspoeld de afgelopen dertig jaar. Alles is leuk geworden.

Sommigen gingen na hun mislukte auditie bijvoorbeeld aan de slag in eetcafe’s, waar ze hun komisch talent loslieten op de menukaart. Gerechten als ‘ Zalm op je bord leggen’, ‘Kun je tot Tagliatelle’ en mijn favoriete nagerecht ‘ Sorry dat ik aan je mokkapuntkom’, zijn in veel Nederlandse eetcafe’s inmiddels zonder problemen te bestellen.

Sommigen legden een grotere ambitie aan de dag: niet lang na de eerste editie van het AKF begon de dadaïstische taalperformer Philip Freriks, na een kansloze auditie in Klein Bellevue, als nieuwslezer bij het Journaal, om niet alleen het bruggetje naar de weerman maar ook de kunstvorm van het komisch verhaspelen naar miljoenen huiskamers te brengen.

En wie had gedacht dat dat kleine blonde mannetje uit Venlo, dat in 1992 een wat knullig liedje over een toen nog tamelijk onbekende profeet zong, zijn act zou uitbouwen tot een politieke partij waar miljoenen Nederlanders zich kapot voor zouden schamen.

En natuurlijk, niet alles ging goed. Bij Joran van der Sloot had de jury misschien een tikje milder moeten zijn.

Maar feit blijft wel dat al die afgewezen auditanten ons hebben gebracht tot het lolligste punt in de wereldgeschiedenis. Geen grap zo krankzinnig of iemand heeft hem wel in de praktijk gebracht. Soms pure slapstick, zoals Donald Trump die bij een ondertekeningsceremonie wegloopt zonder iets te ondertekenen, soms vol ironie, zoals Kees van der Staaij die op het SGP-congres in een zaal vol zwarte kousen zegt dat in Nederland geen plek is voor de radicale Islam. Waar hij natuurlijk gelijk in heeft, we hebben hier al het radicale Christendom, en je kunt je vrouw maar op 1 manier tegelijk onderdrukken. Maar toch.

Het AKF stelde zich dertig jaar geleden ten doel jong cabarettalent een podium te bieden, en de kans te geven zich te ontwikkelen, en we kunnen wel zeggen: missie geslaagd. Kon je voorheen als mislukte grappenmaker maar twee dingen doen, namelijk een carriere beginnen als jolige buschauffeur op groepsreizen naar Tirol, of natuurlijk aan de slag als recensent, anno 2017 zijn de mogelijkheden eindeloos. In elke branche is behoefte aan humor, aan lucht, aan theater, want alles moet leuk. Zoals ik al zei: dit is een prachtig moment voor het AKF om ermee op te houden.

Wat niet wil zeggen dat er voor Daniël van Veen als opvolger van Evert geen schone taak te wachten ligt. Het festival kan doorstarten als podium voor bijvoorbeeld politici met visie, of nieuwslezers die gewoon het nieuws lezen, of hij kan proberen een Nederlands elftal te gaan vormen dat eens niet op de lachstuipen werkt.

Ik zou zeggen: aan de bak dus, hup Daniël, en leve het AKF.